Dit onderwerp bevat 2 rubrieken:

Aanmelden

U kunt zich als aanbieder melden bij de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) voor bemiddeling, advies of ondersteuning.

Aanmelden bij de TAJ

U kunt zich als aanbieder van jeugdzorg melden bij de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) voor bemiddeling, advies of ondersteuning. U kunt hiervoor mailen naar info@transitieautoriteitjeugd.nl. Ook kunt u ons telefonisch benaderen via 070-340 68 88 of een brief zenden naar het adres:
Transitie Autoriteit Jeugd, Hoftoren, Rijnstraat 50, 2515 XP Den Haag

Subsidie aanvragen

Daarnaast is er een mogelijkheid voor aanbieders van jeugdzorg om ter vergoeding van bepaalde kosten die samenhangen met de inwerkingtreding van de Jeugdwet subsidie te verkrijgen op grond van de ‘Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet’.

Meer informatie over de beleidsregels en een subsidieaanvraag vindt op de op de site van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) van het ministerie van VWS. Hier vind u ook de aanvraagformulieren.

Traject na aanvraag

De Staatssecretaris van VWS vraagt de TAJ vervolgens om advies over deze subsidieaanvraag. Indien er sprake is van een acuut liquiditeitstekort zal de subsidieaanvraag versneld worden behandeld.

Naast het doen van een subsidieaanvraag bij VWS, wordt aanbevolen om in gevallen van een (acuut) liquiditeitstekort altijd een melding te doen bij de TAJ, ook als er volgens de beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet geen grond bestaat voor een subsidieaanvraag. De TAJ kan dan bezien of er ook andere oplossingen zijn voor een dreigend liquiditeitstekort, bijvoorbeeld door met regio’s of gemeenten in gesprek te gaan over (aanpassing van) de wijze of het tempo van de bevoorschotting.

Subsidieregeling ‘Beleidsregels subsidieverstrekking bijzondere transitiekosten Jeugdwet’

Organisaties die jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering uitvoeren, kunnen subsidie aanvragen voor bijzondere kosten die zij moeten maken door de transitie naar het nieuwe jeugdstelsel. De Jeugdwet, die de grondslag vormt voor de transitie, is op 1 januari 2015 in werking getreden.

Organisaties kunnen subsidie aanvragen in de volgende gevallen:

  • (2a) Voor de onvermijdbare kosten die een organisatie moet maken om in 2015 een voorziening te kunnen voortzetten die continuïteit van zorg garandeert of continuïteit in de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering.
  • (2b) Voor de onvermijdbare kosten die een organisatie moet maken door langdurige verplichtingen die vóór 1 januari 2014 zijn aangegaan voor een voorziening die door een gemeente niet of in mindere mate ingekocht gaat worden.
  • (2c) Voor de kosten die een organisatie, die voor de bekostiging of bevoorschotting van een voorziening afhankelijk is van een groot aantal gemeenten, moet maken om aan haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen, indien die bekostiging – vanwege het grote aantal betrokken gemeenten – gedurende enige tijd op zich laat wachten.

Minimum liquiditeitsniveau.

In welke mate kan de instelling de frictiekosten zelf dragen?

Ter beoordeling van de vraag in welke mate de instelling de kosten zelf kan dragen (art.6 lid 1 onder b van de Beleidsregels) adviseert de TAJ vanaf 1 januari 2016 dat in beginsel een noodzakelijke minimum niveau van liquiditeit van één maand van de jaaromzet nodig is. Dat betekent dat instellingen die nog over liquide middelen beschikken niet al hun liquiditeit hoeven aan te spreken om voor vergoeding van frictiekosten in aanmerking te komen. Voor instellingen die niet meer beschikken over liquide middelen, zullen de frictiekosten worden vergoed tot het noodzakelijk minimum niveau van één maand van de jaaromzet. Er wordt niet meer subsidie toegekend dan de hoogte van de subsidiabel geachte frictiekosten.


In individuele gevallen kan er reden zijn om anders te adviseren. Ook de hoogte van het te verlenen subsidiebedrag blijft een zelfstandige afwegingsgrond. Het uit te keren subsidiebedrag dient in redelijk verhouding te staan tot de totale omzet van de instelling. De afweging zal op basis van alle beschikbare feiten en omstandigheden worden gemaakt.